(Magyar szöveg)

Augustus 2012: Anna van Rompay-Béber 100 jaar  

Een van de laatste treinkinderen wordt honderd

'Vorige week ben ik bij een lezeres in Vlaanderen op bezoek geweest... De dame had speciaal voor mij de avond tevoren nog tot één uur ’s nachts goulashsoep staan koken. Ik moest en zou er tijdens mijn bezoek de volgende dag een glaasje echte Stierenbloed bij drinken. Haar dochter kwam tussen de middag ook meeëten met de Hongaarse maaltijd. Die dochter is 75.'

Menigmaal heb ik dit na mijn bezoekje in deze woorden verteld. Het duurde altijd even voordat de mensen zich realiseerden wat dat inhield: dan moest die moeder dus nog veel ouder zijn.  Ja, inderdaad, Anna (Anneke) van Rompay-Béber uit het Vlaamse Onze Lieve Vrouwe Waver is, naar ik mag aannemen, onze oudste abonnee. In augustus hoopt ze 100 jaar te worden!  Bij dezen alvast van harte proficiat!! Isten éltesse! (De igen, a jóisten éltette, mégpedig száz évig...)

Anna en haar dochter Annuska brengen met hun levensloop feitelijk de Hongaarse geschiedenis van de twintigste eeuw in beeld: na de Eerste Wereldoorlog, toen er hongersnood heerste bij de verliezende partij, Oostenrijk-Hongarije, werd er in Nederland en kore tijd later ook in België een grote hulpactie op touw gezet: honderden, zo  niet duizenden Hongaarse kinderen werden op de trein gezet naar onze landen, waar ze een half jaar zouden blijven om aan te sterken.
Velen zijn echter gebleven, raakten verliefd, verloofd en getrouwd en stichtten hier een gezin.  Maar ook de kinderen die wel teruggingen naar Hongarije, hebben nog lang de band onderhouden met Nederland en België.  Er zijn nog  steeds veel lezers van dit magazine die door de bekende Kindertreinen uit de jaren twintig van de vorige eeuw een band hebben met Hongarije...

Anna was dus zo’n Hongaars treinkind. In 1924 kwam ze als elfjarig meisje naar België. Ze vond uiteindelijk onderdak bij een intelligente dame van gegoede afkomst. Haar pleegmoeder, wier verloofde in de slag bij Diksmuide was omgekomen, wilde Anna graag langer bij zich houden en verzocht de instanties en haar ouders in Hongarije om toestemming. Vanwege de slechte leefomstandigheden in Hongarije vonden haar ouders dat goed.
In 1935 trouwde ze met de leraar en heemkundige Jozef van Rompay, wiens naam de gemeente later op een fraai bord heeft laten zetten op de gevel van het woonhuis. Anna kreeg twee dochters, Sárika, genoemd naar haar pleegmoeder Sara van Reeth, en Annuska, genoemd naar grootmoeder Anna in Hongarije. Eind jaren tachtig is haar man Jozef overleden.

Op haar negenennegentigste woont Anna Béber nog steeds zelfstandig in het huis waar ze als kind terechtkwam. Ze heeft zich haar leven lang geïnteresseerd voor cultuur en was lid van allerlei culturele organisaties. Geheel indachtig de vermaning van haar vader bij haar vertrek uit Hongarije Légy mindig kedves és hálás! (Wees altijd aardig en dankbaar) heeft zij altijd met dankbaarheid aanvaard wat haar gegeven werd en heeft zij altijd voor iedereen een aardig woordje klaar. Tot voor kort ging ze nog elke dag naar het naburige bejaardenhuis om daar 'de oudjes' te bezoeken.

Omdat Anna haar moedertaal nooit is verleerd en altijd Hongaars is blijven spreken (ik spreek aan de telefoon ook voornamelijk Hongaars met haar!), werd ze vaak door mensen gevraagd om te helpen als er ergens een Hongaar in moeilijkheden zat of  - laten we maar
zeggen – de weg kwijt was. Zo ook in 1956. Na de opstand werd Anna’s talige assistentie menigmaal gevraagd bij de opvang van de Hongaarse vluchtelingen. Alras kwamen er ook diverse Hongaren in huize Van Rompay-Béber over de vloer. Een van hen, de 23-jarige Gyula Bódi, trouwde met dochter Annuska. Daarmee kreeg Anna een sympathieke Hongaarse schoonzoon, die helaas een paar jaar geleden is overleden.

Vorig jaar zomer was Anna nog even in Budapest.  Ze heeft nog steeds contact met haar tien jaar jongere zus en haar familie en met de familie van haar schoonzoon. Ze wordt door haar dochters regelmatig bezocht, en vrienden en kennissen nemen haar nog vaak mee naar allerlei activiteiten. Anna is blij met alle goede dingen die haar overkomen. Tijdens ons gesprek zegt ze menigmaal: 'ik vraag nooit iets, maar toch krijg ik altijd heel veel.' En daar is ze God heel dankbaar voor. 'Want dankbaarheid is,' zegt ze 'het geheugen van het hart!'

Edwin van Schie